Een lieve collega vroeg mij: vraag je de Heilige Geest wel eens om hulp? Ik viel helemaal stil, die vraag had ik mijzelf nog nooit gesteld. Had ik het mij wel eens afgevraagd, stilletjes? Ik hoopte dat mijn antwoord mocht zijn: Ja. Maar ik bleef wat stil. De vraag heeft mij niet meer losgelaten. Als ik een preek of een gebed schrijf hoop ik wel van harte dat de Geest mij helpt zodat ik de goede woorden vind en die mag delen met de mensen in de kerk of op huisbezoek. Soms geef ik bij een bezoek een fotokaart met een handgeschreven tekst. Als ik die kaart thuis beschrijf probeer ik ook de Geest mee te laten werken, ik blader door het liedboek totdat mijn oog valt op een geschikte tekst voor de persoon die ik ga bezoeken. Of ik begin gewoon een zin te schrijven, denkend aan die persoon. Meestal komt het goed en zijn de woorden passend en welkom.
Van de Bijbel leer ik dat Gods Geest altijd werkzaam is, ook als ik er misschien niet om vraag of voor bid. Eén van de krachtigste getuigenissen daarvan geeft de apostel Paulus in Romeinen 8, 26: ‘En bovendien komt de Geest onze zwakheid te hulp; wij weten immers niet wat wij in ons gebed tegen God moeten zeggen, maar de Geest zelf pleit voor ons met woordloze zuchten’. (NBV) Te vaak vullen wij onze gebeden met onze eigen tegenstrijdige verlangens of opvattingen. Maar is dat wel een zuiver gebed? De concentratie opbrengen voor gebed kan ook moeilijk zijn. Bij Okke Jager las ik in dat verband deze grappige anekdote: Toen predikanten nog op paarden reisden zei een man tegen zijn dominee: ik vind het niet moeilijk om te bidden. Dominee zei: als u twee minuten kunt bidden krijgt u mijn paard. De man ging bidden, maar vroeg na één minuut: krijg ik dan het zadel er ook bij!? Hij had het niet volgehouden.
Een monnik zei ooit tegen mij: in ons klooster bidden we de dag en nacht ook voor allen die niet kunnen of niet durven bidden. Ik ben die uitspraak nooit vergeten. En toen ik in 1988 levensgevaarlijk ziek was hebben velen voor mij gebeden. Ik ben er bijzonder dankbaar voor.
Zelf bidden is voor mij ook dagelijks werk en dat doe ik graag. Als ik muziek maak voel ik ook dat ik soms aan het bidden ben. Het vers van Paulus in de Romeinenbrief leert mij het allerbelangrijkste aangaande bidden: ik weet niet wat ik moet bidden! Anders gezegd: God zegt hier: jij mens kunt eigenlijk niet bidden. Je kunt het pas, het lukt je pas als je de Geest in jou naar binnen laat stromen. Ergens is dit bevrijden nieuws: God weet dat wij niet kunnen bidden, Hij heeft er al op gerekend dat het ons niet lukt, maar de Geest zelf stroomt in onze diepste vragen en noden, als een hemelse Koningin die ons verrast. Ten diepste wil de Geest danken, bij die bron begint ons menselijke gebed als het goed is. Ik hoop dat het ons mag lukken onze ziel te openen voor Gods Geest , het maakt je stil, het leert je bidden.